Sadaka-islam.jouwweb.nl

Zakat

De zakât

De zakât heeft in de islam een centrale plaats. Het is de derde zuil en betekent “zuivering” of

“groei”. Eén van de belangrijkste principes van de islam is dat alles aan Allah swt behoort en dat

rijkdom bijgevolg bij de mens slechts in beheer is. Als de moslim zich hieraan houdt, dan zal

Allah swt hem/haar daarvoor vriendelijk belonen. Hiermee kan hij/zij een goede moslim worden.

Zakât is een godsdienstoefening, die enerzijds ervoor moet zorgen dat de moslim zich

bewust wordt van het feit dat hij/zij rijk is en hij/zij daar dankbaar voor moet zijn. Door deze

bewustwording beseft de moslim dat een ander minder heeft. Anderzijds zorgt de zakât voor

circulatie van rijkdom in de islamitische wereld.

De islamitische wet (sjaria’) bepaalt wie rijk is en wat iemand precies moet afstaan. Op deze

manier blijft het geld in ‘beweging’. De zakât wordt alleen geheven op dat wat is belegd, op

de bank staat, of thuis is opgespaard/verstopt. Als een moslim deze vorm van aalmoezen, de

derde zuil, niet in ere houdt, dan is hij/zij volgens de koran en de islamitische wet geen goede moslim.

Jaarlijks int de moskee geld, als belasting. Soms wordt de zakât vervangen door deze

belasting, wat eigenlijk niet de bedoeling is. Bij zakât gaat het om bewustwording, geweten

en het weggeven van geld. De belasting is een systeem dat een materieel en economisch

doel heeft. Bijvoorbeeld het bestaan en onderhoud van moskeeën. Het geeft niet aan armen

en/of behoeftigen.

De koran zegt dat de zakât aan armen en behoeftigen moet worden gegeven. In Nederland

sturen moslims hun geld naar arme familieleden en/of andere behoeftigen in het land van

herkomst of ze staan het af aan moskeeën of goede doelen. Deze laatste twee

mogelijkheden moeten er voor zorgen dat het geld op de juiste plaats terecht komt.

Moslims geven aan de moskee of aan gerichte goede doelen, omdat ze op die manier

makkelijker aan hun plicht kunnen voldoen. Men verstaat onder goede doelen: hulp aan

vluchtelingen en slachtoffers van oorlogen en natuurrampen, Artsen Zonder Grenzen,

Advocaten Zonder Grenzen, Unicef en Rode Kruis (in de islam heet dit nu nog Rode Maan).

In het kort komt het erop neer dat de goede doelen organisaties moeten zijn die lichamelijke

en sociale zorg bieden aan mensen (en de natuur). Dit betekent dat moslims hun geld

kunnen geven aan islamitische en niet-islamitische organisaties, wat volgens de koran niet

verboden is.

In Nederland kunnen moslims speciale zakât-programma’s op internet opzoeken. Deze

programma’s kunnen voor iedere moslim het exacte bedrag berekenen, dat zij moeten

weggeven. Bijvoorbeeld: http://soundvision.com/life/zakatcalc.html.

In principe maakt het niet uit wanneer de aalmoes wordt gegeven, maar in veel landen wordt

dit op vrijdagen of feestdagen gedaan. Op deze dagen zie je armen en bedelaars bij de

moskee staan om geld te vragen. Toch moet voor het einde van het islamitische jaar de

aalmoes weggegeven zijn.

De zakât is verplicht en alle moslims weten van elkaar dat ze zich daaraan moeten houden,

maar het spreken over wat en wanneer met anderen is in de islam niet gepast.